FAQ

Veel gestelde
vragen over QHSE

Snel toegang tot onze expertise

We ontvangen met regelmaat de vraag of er een aparte opslag moet worden aangeschaft voor gevaarlijke stoffen. Of de vraag of een heftruck-certificaat verplicht is voor het besturen van een reachtruck. Speciaal voor dit soort vragen hebben wij een FAQ opgesteld. Toegankelijk voor iedereen voor een snelle toegang tot onze expertise.

Oplossing nodig? Snel direct contact?
Ons Gilde helpdesk

Als lid van ons gilde heb je direct toegang tot onze helpdesk. Ontbreekt er kennis of kom je ergens niet uit? Bel onze 
 helpdesk: we bieden snel en adequaat een antwoord op maat. Meer weten? Neem contact op.

Veel gestelde vragen

Is een heftruckcertificaat verplicht en mag een medewerker met een heftruckcertificaat een reachtruck besturen?

In de Arbeidsomstandighedenwet is niet specifiek beschreven dat Heftruck- en Reachtruckchauffeurs moeten beschikken over een certificaat. Echter moet de medewerker voldoende deskundig zijn om een intern transportmiddel te besturen.

Een medewerker wordt als deskundig beschouwd als de medewerker daarvoor opleiding heeft gekregen, hetzij intern ofwel extern. Als werkgever kan je de overweging maken om medewerkers intern op te leiden door een medewerker die beschikt over aantoonbare deskundigheid, zoals een certificaat. Echter dien je als werkgever vervolgens te registreren wanneer de opleiding heeft plaatsgevonden, aan wie en door wie de opleiding is gegeven en uit welke onderdelen de opleiding bestaat. Dit zorgt voor een behoorlijke administratieve rompslomp waarbij vaak niet getoetst wordt of de medewerker zowel de theorie als de praktijkinstructies daadwerkelijk heeft begrepen.

Wanneer de keuze wordt gemaakt om medewerkers door een externe partij op te leiden kan er gekozen worden uit een groot scala van opleidingsinstituten. Let hierbij op de mogelijkheden die geboden kunnen worden, zoals bijvoorbeeld opleiding op locatie.

Terugkomend op de vraag, volstaat een heftruckcertificaat voor het besturen van een reachtruck? Nee. Gezien de verschillen tussen een heftruck en reachtruck geeft de deskundigheid van het besturen van een heftruck niet de bevoegdheid om tevens een reachtruck te besturen. Om te voldoen aan de Arbeidsomstandighedenwet voor het besturen van een intern transportmiddel zoals een Reachtruck moet de zelfde afweging worden gemaakt zoals hierboven is beschreven.

Is jouw vraag hier mee beantwoord? Zo niet, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Wat is het verschil tussen een vloeistofdichte en een vloeistofkerende vloer?

Een vloeistofdichte vloer is een vloer die gecontroleerd en gecertificeerd is op basis van de AS SIKB 6700. Zonder dit certificaat en de keuring is een vloeistofdichte vloer niet als vloeistofdicht aan te merken. De keuring van de vloeistofdichte vloer moet iedere 6 jaar door een externe partij gedaan worden. Verder moet minstens 1x per jaar een bedrijfsinterne controle van de vloeistofdichte vloer plaatsvinden. Dit moet aantoonbaar worden vastgelegd.

Een vloeistofkerende vloer is een vloer die gedurende een bepaalde tijd zijn functie kan blijven vervullen, maar niet ontworpen is voor duurbelasting. Een kerende voorziening moet ontworpen zijn op de vloeistoffen en processen die mogelijk vrij kunnen komen op de vloer. De vloeistofkerendheid hangt af van de viscositeit van de vloeistof. Bij een stof die zo viskeus is als verf zal een vloer eerder vloeistofkerend zijn, dan bij een stof die zo viskeus is als water. Een vloeistofdichte vloer is verplicht bij het hebben van een wasplaats voor voertuigen en bij een tankplaats (waar meer dan 25.000 l / jaar wordt getankt). Ook bij open processen met vloeistoffen is een vloeistofdichte vloer verplicht. Indien aantoonbaar gemaakt moet worden of de bodembeschermende maatrelen voldoende zijn, kan er een NRB inventarisatie uitgevoerd worden. Hierbij worden de bodembedreigende activiteiten getoetst aan de Nederlandse Richtlijn Bodem 2012 (NRB). Dit kan BMD Advies uitvoeren, neem contact op voor de mogelijkheden.

Is jouw vraag hier mee beantwoord? Zo niet, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Wanneer moet ik een stof opslaan conform de PGS 15?

Een stof moet worden opgeslagen volgens de PGS 15 indien deze onder het toepassingsgebied valt. In principe vallen stoffen die een ADR klasse hebben onder het toepassingsgebied van de PGS 15. Ook CMR stoffen vallen onder het toepassingsgebied van de PGS 15. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld alcoholhoudende dranken in consumentenverpakking en minder dan 400 kilogram gewasbeschermingsmiddelen.

Is jouw vraag hier mee beantwoord? Zo niet, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Ik heb slechts een kleine hoeveelheid aan gevaarlijke stoffen, moet ik hier een aparte opslag voor aanschaffen?

In de PGS 15 staan ondergrenzen aangegeven voor de verschillende klassen stoffen. Indien deze ondergrenzen niet overschreden worden hoeven de stoffen niet opgeslagen te worden conform de PGS 15. Indien er meerdere klassen worden opgeslagen kan door middel van een berekening bepaald worden of de ondergrens overschreden wordt.

Is jouw vraag hier mee beantwoord? Zo niet, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Wanneer valt opslag onder werkvoorraad en wanneer onder opslag?

De werkvoorraad zijn de verpakte gevaarlijke stoffen die ten behoeve van de bedrijfsvoering opgeslagen worden. De werkvoorraad moet strikt noodzakelijk zijn en mag het vluchten niet belemmeren. Ook moet de werkvoorraad bestaan uit deugdelijke verpakkingen en indien de werkvoorraad bestaat uit brandbare vloeistoffen moet deze op een lekbak worden opgeslagen.

Werkvoorraad is beperkt tot 1 aangebroken verpakking en 1 reserveverpakking. Zo kun je, als de aangebroken verpakking leeg is, deze omwisselen voor de reserveverpakking zonder naar een opslagvoorziening te moeten lopen.

Als je vervolgens een nieuwe reserveverpakking klaar wilt zetten, moet je die wel uit de opslag gaan halen. In een situatie waar dagelijks vier verpakkingen verbruikt worden, mogen er dus ’s ochtends niet vier klaargezet worden. (de oplossing zou zijn om uit te zoeken of er grotere verpakkingen beschikbaar zijn zodat er minder vaak gewisseld moet worden, maar soms zijn die niet beschikbaar of is het om een andere reden niet wenselijk of mogelijk om grotere verpakkingen te gebruiken)

Is jouw vraag hier mee beantwoord? Zo niet, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Waar moet een gasflessenbatterij die is aangesloten op een ringleiding aan voldoen?

In principe hoeft het nergens aan te voldoen, maar in het kader van veiligheid moet aanstraling zo veel mogelijk voorkomen worden.

Advies is om 1 aangesloten en 1 reserve batterij neer te zetten.

Is jouw vraag hier mee beantwoord? Zo niet, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Moeten eigengebouwde/oude machines van voor 1995 aangepast worden zodat ze aan de huidige machinerichtlijn voldoen?

In Arbobesluit hoofdstuk 7 zijn alle bepalingen opgenomen m.b.t. arbeidsmiddelen Alle arbeidsmiddelen (alle in het bedrijf gebruikte machines, installaties, apparaten, transportmiddelen en gereedschappen) moeten voldoen aan Arbobesluit artikel 7.3 en daarvoor dient een aanvullende RI&E uitgevoerd te worden. Daarnaast geldt dat arbeidsmiddelen geleverd na 1995 of vanaf 1995 in eigen beheer gebouwde arbeidsmiddelen machines moeten voldoen aan de Europese Machinerichtlijn (in Nederland opgenomen in de Warenwet).
In artikel 7.2 van Arbobesluit staat letterlijk dat een arbeidsmiddel wordt vermoed te voldoen aan de artikelen 7.4, eerste en tweede lid, 7.7, 7.10, 7.13, 7.14, 7.15, 7.16, 7.17a, 7.17b, met uitzondering van het vierde lid, en 7.18b, eerste lid, onder a van het Arbobesluit, indien het, overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde Warenwetbesluiten, is voorzien van een CE-markering, vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming, en het arbeidsmiddel overeenkomstig de daarbij behorende gebruiksvoorschriften wordt gebruikt.

Er staat dus niet in het Arbobesluit (hfd 7) dat arbeidsmiddelen van voor 1995 moeten voldoen aan de Europese Machinerichtlijn. In de aanvullende RI&E worden de risico’s en gevaren beoordeeld en maatregelen geadviseerd om deze te voorkomen of weg te nemen. In de praktijk kan het wel voorkomen dat in een nadere RI&E in kader van het voldoen aan de huidige stand der techniek dat er verwezen wordt naar de Europese Machinerichtlijn.

Mocht je nog aanvullende vragen over de PGS-15 en de opslag van gevaarlijke stoffen hebben of een andere vraag, bel onze info-lijn: (+31)085 – 210 64 71 of neem contact op

Meer inzicht in QHSE?

Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen rondom QHSE en de functie QHSE-manager? Word dan lid van ons Gilde en krijg toegang tot:

Vink

Events en webinars

Exclusieve toegang tot onze events en webinars. Op deze events maak je kennis met andere QHSE-managers en delen wij informatie rondom een bepaald thema.

Vink

Helpdesk

Ontbreekt er kennis of kom je ergens niet uit? Met behulp van onze helpdesk bieden wij snel en adequaat een antwoord op maat.